Payroll of platformwerk: wat leert de Temper-uitspraak ondernemers?

Flexibel personeel inzetten is voor veel ondernemers nodig. Zeker in de horeca, retail, recreatie, logistiek en events. De ene week heb je extra handen nodig, de andere week juist niet. 

Maar flexibel personeel is niet zonder risico. Zeker niet als je werkt met platformen waarop mensen als zzp’er worden ingezet. Platformen zoals Temper zijn specialist in het snel beschikbaar stellen van mogelijke kandidaten voor een opdracht. 

De uitspraak over Temper laat dat duidelijk zien. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 16 juni 2026 geoordeeld dat zzp’ers die via platform Temper werken, eigenlijk uitzendkrachten zijn. Daarmee draaide het hof een eerdere uitspraak van de rechtbank terug. De rechtbank had eerder nog gezegd dat dit níet zo was. Het hof kijkt dus anders naar de praktijk van platformwerk. En dat roept een belangrijke vraag op: Wat is eigenlijk het verschil tussen payroll en inlenen via een platform? 

Expert: Rianne - CEO
Payroll of platformwerk: wat leert de Temper-uitspraak ondernemers?

Wat is payroll?

Voor een ondernemer of organisatie betekent payroll dat je het werkgeverschap deelt. In de praktijk werkt het als volgt:  

Jij werft zelf de medewerker en bepaalt zelf wie je nodig hebt. Een payrollbedrijf neemt daarna het juridisch werkgeverschap over. Dat betekent dat een payrollbedrijf het contract, de loonbetaling, loonheffingen, pensioen, ziekteverzuim en personeelsadministratie regelt. 

De medewerker werkt dus op locatie en onder aansturing, maar staat op de loonlijst van het payrollbedrijf. 

Sinds 1 januari 2020 hebben payrollkrachten recht op minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden en dezelfde rechtspositie als medewerkers die direct bij de opdrachtgever in dienst zijn. Denk aan loon, vakantiedagen, verlofregelingen, pensioen en de ketenregeling. Ook gelden bij payroll geen uitzend-fasecontracten meer zoals bij de NBBU-caoinfo.

Payroll is flexibel ontzorgen, maar niet bedoeld om rechten van werkers te omzeilen. 

Wat is inlenen via een platform zoals Temper?

Bij een platform zoals Temper plaatsen bedrijven tijdelijke opdrachten. Werkzoekenden kunnen daarop reageren. Op papier gaat het vaak om zelfstandigen, zzp’ers dus. Zij sluiten een opdracht af en sturen een factuur, direct of via het platform. 

Dat klinkt simpel. Er staat snel ondersteuning op de werkvloer. De zzp’er kiest zelf een klus. Het platform regelt de match. En precies daar zit de juridische uitdaging. Want de vraag is niet alleen wat er op papier staat. De vraag is vooral hoe het in de praktijk werkt. 

Werkt iemand echt zelfstandig? Of verricht iemand dezelfde werkzaamheden als iemand in loondienst en is er sprake van schijnzelfstandigheid? Dat verschil is belangrijk. 

Wat heeft het hof bepaald in de zaak Temper?

Het Gerechtshof Amsterdam heeft bepaald dat de zzp’ers via Temper uitzendkrachten zijn. Daarmee draait het hof het eerdere oordeel van de rechtbank terug.

De kern is: het hof keek naar de werkwijze van Temper en naar de echte arbeidsrelatie. Niet alleen naar de woorden “zzp”, “opdracht” of “platform”. 

Mogelijke gevolgen kunnen zijn dat de schijn-zzp’ers loonvorderingen instellen, bijvoorbeeld voor vakantiebijslag en vakantiedagen. Temper is het niet eens met de uitspraak en begin juli 2026 werd bekend dat Temper cassatie instelt bij de Hoge Raad.
De uitspraak is stevig, maar het juridische verhaal krijgt nog een vervolg.
 

Waarom is dit belangrijk voor ondernemers?
Veel ondernemers kunnen denken: “Ik huur gewoon iemand in via een platform. Dan ligt het risico niet bij mij.” Maar dat is te makkelijk gedacht. 

Bij het inlenen van personeel kan ook de inlener risico lopen. De Belastingdienst kan ook een ondernemer aansprakelijk stellen voor loonheffingen en btw als de uitlener deze niet afdraagt. Dat risico kan worden beperkt met goede administratie, een verklaring van betalingsgedrag en betaling via een g-rekening. 

Als de keten niet klopt, kan de rekening alsnog bij jou terechtkomen. Want de inlener kan aansprakelijk worden gesteld voor ketenaansprakelijkheid. 

Waar moet je als ondernemer op letten? 

  1. Wie bepaalt het tarief en hoe hoog is het tarief?
  2. Wie bepaalt de werktijden? 
  3. Wie geeft instructies op de werkvloer? 
  4. Werkt iemand echt als ondernemer? 
  5. Kan iemand zich vrij laten vervangen? 
  6. Draagt iemand zelf ondernemersrisico? 
  7. Zijn loonheffingen, pensioen en arbeidsvoorwaarden goed geregeld? 
  8. Werk je met een partij die aantoonbaar netjes afdraagt? 

Als het antwoord steeds wijst naar jouw bedrijf of naar het platform, dan is de kans groter dat er sprake is van een arbeidsrelatie en dan kan “zzp” op papier onvoldoende zijn.

Payroll versus platform: het grote verschil

Bij payroll zijn de juridische zaken van personeel helder geregeld. De medewerker is werknemer bij het payrollbedrijf en zijn/haar rechten zijn duidelijk. De loonadministratie, premies en werkgeversrisico’s worden professioneel geregeld en tijdig afgedragen. Dit ligt ook vast in registers en zo ben je dus als ondernemer verzekerd van een betrouwbare partner. 

Bij platformwerk met zzp’ers is de vraag vaak minder helder. De constructie kan goed zijn, maar alleen als de praktijk ook echt past bij zelfstandig ondernemerschap. Dat is het punt dat veel ondernemers onderschatten. Niet het contract bepaalt alles. De praktijk telt.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

De uitspraak rond Temper laat zien dat de arbeidsmarkt beweegt naar meer zekerheid en betere bescherming voor werkenden. Flexibel personeel blijft mogelijk, maar de juridische basis moet kloppen. 

Gebruik je payroll, uitzenden of platformwerk? Dan is dit hét moment om je constructie te controleren. Want flexibel werken moet wendbaar zijn, niet wankel. 

Conclusie

De Temper-uitspraak is geen klein detail voor arbeidsrechtfans. Het is een waarschuwing voor elke ondernemer die flexibel personeel inzet. Payroll, uitzenden en platformwerk lijken soms op elkaar, maar juridisch zijn de verschillen groot. 

Payroll geeft duidelijkheid over werkgeverschap en rechten waar platformwerk vraagt om extra controle op de echte arbeidsrelatie. En bij inlening kan ook de opdrachtgever risico lopen als afdrachten niet goed zijn geregeld. 

De slimme vraag is dus niet: “Wat is het goedkoopst?” De slimme vraag is: 

Welke vorm van flexibele inzet past bij mijn bedrijf, zonder dat ik later juridisch of fiscaal in de problemen kom? 

Werk jij met flexwerkers via een inleenconstructie en heb je hier vragen over? Neem contact met ons op, onze experts kijken graag met je mee!

0000